Vaccinaties

 

Dat er een controverse bestaat rond het fenomeen “vaccinatie” hoeft geen betoog. Reeds lange tijd zijn er aanhoudende discussies over de diverse mogelijk negatieve effecten van deze toepassing. Collectieve vaccinatie heeft in de afgelopen decennia een belangrijke bijdrage geleverd aan de volksgezondheid. De overheid streeft naar een hoge vaccinatiegraad, hoe dan ook. Dat lukt meestal goed, maar vaccinatie blijft niet onomstreden. Velen hebben soms hun twijfel aangaande het nut van vaccins en zijn vooral bezorgd over de mogelijke risico’s ervan. Moet ieder op zich hier dan maar haar/zijn eigen afweging maken? Of mag van burgers spontaan of ook verplicht verwacht worden dat zij met vaccinatie ook bijdragen aan de collectieve bescherming (groepsimmuniteit)? Dit laatste is inderdaad zonder meer in het collectieve belang en ook dikwijls noodzakelijk en terecht. Maar wat met onze “individuele” belangen als het over ons persoonlijk welzijn gaat? Er doen zich ook ethische vragen voor. Is een vaccin in het Rijksvaccinatieprogramma vooral een kwestie van veiligheid, bekommernis en kost en effectiviteit of spelen ook andere overwegingen een rol?

 

Een inenting, ook wel vaccinatie genoemd, dient ter 'training' van het afweersysteem van een organisme tegen bepaalde infectieziekten. Hierdoor is het gevaccineerde organisme beter bestand tegen de ziekteverwekker waartegen het vaccin beschermt. Vroeger was er een onderscheid tussen inenten en vaccinatie. Met inenten doelde men op passieve immunisatie, waarbij antistoffen werden ingespoten (innoculatie). Bij vaccinatie doelt men op het inspuiten van verzwakte ziekteverwekkers om het lichaam aan te zetten tot actieve immunisatie.

 

Vaccinatie bereikt dus haar aanvankelijke doelstelling, nl. het menselijk organisme te behoeden en te vrijwaren van infectieziekten die anders zouden leiden tot ernstige en schadelijke gevolgen voor één ieders gezondheid. Maar helaas zijn er ook minder goede kanten aan deze toepassing. Het is algemeen bekend dat vaccins ook negatieve effecten met zich meebrengen door onder meer:

 

- de aanwezigheid van toxische stoffen (o.a. kwik - en aliminiumverbindingen, formaldehyden, ammonium, phenoxyethanol (antivries), dierlijke weefsels, enz … de lijst is eindeloos).

- depleties van mineralen (oa. calcium, fosfor, zink, ...) en vitaminen (oa. Vit D, ...) door de als adjuvans aan het vaccin toegevoegde aluminium hydroxiden - en fosfaten met mogelijks belangrijke stoornissen en diepgaande gevolgen in de algemeen functionele gezondheidstoestand.

 

Vele vaccinaties worden geïnjecteerd. Dit betekent dat de betreffende stoffen doorheen alle fysiologisch barrières van afweer heen in het lichaam worden gebracht. Hierdoor zal de zich nog ontplooiende immunitaire capaciteit worden geïnverseerd. Dit omdat het immunitaire stelsel zich onmiddellijk rekenschap moet geven van de binnengedrongen stoffen en hiertegen moet gaan reageren. Dit gebeurt bij elke vaccinatie en maakt dat de ontplooiing van het immunitaire stelsel tijdens het opgroeien van het kind systematisch niet tot zijn maximale reikwijdte kan geraken. Deze maximale reikwijdte zou anders evenredig kunnen zijn met de inherente latere maximale immunitaire capaciteit van het kind. De algemene afweercapaciteit ten opzichte van andere lichaamsvreemde stoffen wordt zodoende minder efficiënt en maakt het kind dan ook gevoeliger ten opzichte van deze stoffen. Dit kan zodoende op termijn leiden tot het ontstaan van diverse klachtenbeelden.

 

Er is inderdaad tot op heden aardig veel onderzoek verricht, ook wetenschappelijk, naar de schadelijke gevolgen van vaccinatie.

Algemeen kunnen we besluiten dat vaccinatie 2-ledig is: enerzijds positief gezien het beschermt tegen ernstigere ziekten maar anderzijds ook negatief gezien de bijkomende, niet te ontkennen, toxische belastende effecten.

 

CAUSOPRACTIE  is een benadering in zorg welke zich richt op het behandelen van de oorzakelijke factoren welke mede aan de basis liggen van een klachtenpatroon. Met betrekking tot vaccinaties, de mogelijke oorzakelijke belastende toevoegingen en de mogelijke klachten die er als gevolg kunnen uit ontstaan,  werd juist daarom een specifiek gericht gamma aan “Causopractische middelen” gecreëerd welke de gulden middenweg kiezen; vooral als het gaat over deze 2-ledigheid van voor (positief) - en nadelen (negatief) van vaccinaties. Deze middelen werden door CAUSAMATICS op de markt gebracht teneinde deze oorzakelijk belastende stoffen te kunnen wegnemen en ons zodoende van de mogelijke negatieve gevolgen te kunnen vrijwaren.

 

Wanneer een vaccin wordt toegediend “installeert” het effect zich in het verloop van de daaropvolgende 10 tot 12 dagen. Dwz. dat het lichaam overheen deze periode haar afweer tegen de ziekteverwekker waarvoor het gevaccineerd werd heeft opgebouwd. Het afweersysteem wordt zodoende voorzien van een “extra” legertje waardoor het beter beschermd en beter bestand is voor wanneer het in aanraking komt met de “echte” ziekteverwekker. Dit is het positieve gevolg en de hoofddoelstelling van de vaccinatie op zich. De negatieve effecten die afkomstig zijn van de bijhorende belastende toxische substanties en hun nadelige gevolgen, welke tevens de afweer van het lichaam tov. alle andere factoren vermindert en ondermijnt,  kan men nadien wegnemen. De Causopractische middelen voorzien met name in het elimineren van deze bijhorende toxische stoffen waardoor het afweer systeem van het lichaam ook hiervan gevrijwaard blijft en zich op termijn gedurende de verdere ontwikkeling optimaal kan ontplooien.

 

Deze therapeutische benadering bevestigt hiermee haar doelstelling, nl.: het toelaten van het positieve effect van het vaccin én vooral het wegnemen van het negatieve effect. De gulden middenweg die voor - en tegenstanders kan verenigen en die vooral het belang van een optimale gezondheid van het kind in al zijn/haar facetten wil nastreven.

 

Bron: Christopher IMJ Read, DCP - DO, grondlegger en geestelijke vader van de Causopractie® en de Causopractische Remedies —  de multi-dimensionale zorgbenadering, welke zich specifiek richt naar het behandelen van de “oorzakelijke context” van waaruit een klachtenpatroon ontstaat en welke uitsluitend is gebaseerd op de Wetten van Oorzaak en Gevolg.